Het ras
Doelstelling

"Een rastypisch exterieur in een gezond lichaam en een evenwichtig karakter"

Gezondheid

Minimale gezondheidseisen met betrekking tot de ouderdieren en de lijnen waaruit zij voortkomen.

  • Er wordt niet gefokt met honden die belast zijn met de oogafwijkingen PRA, cataract en/of distichiasis.
  • Honden met andere ernstige erfelijke afwijkingen zullen niet ingezet worden voor de fokkerij.

Karakter

Een evenwichtig karakter wordt niet alleen gecreeërd door genetische aanleg, maar is tevens de verantwoordelijkheid van de (toekomstige) pupkopers. Wij proberen onze pupkopers zo veel mogelijk met raad en daad bij te staan om hen dermate goed voor te bereiden en bij te staan. Niet alleen vóór de aanschaf van de pup, maar gedurende zijn hele leven.
Daarnaast hechten wij grote waarde aan de socialisatieperiode. Zowel gedurende de weken dat de pups nog bij ons woonachtig zijn, als in de weken daarna. Wij hanteren hiervoor een zogenaamde socialisatielijst waarop wij bijhouden waarmee de pups inmiddels zijn gesocialiseerd en wat de pupkopers zelf nog kunnen doen. Punten die hier onder andere in naar voor komen zijn: contact met baby's, kinderen, grote(re) honden, harde geluiden, etc.

Exterieur

Ons doel met betrekking tot het exterieur van onze pups, is het fokken van een rastypische dashond ruwhaar dwerg en kaninchen binnen de normen die de FCI heeft neergeschreven in de rasstandaard. Uiteraard zonder ernstige of diskwalificerende fouten. Het streven is dat elke hond door ons gefokt minstens de kwalificatie Zeer Goed moet kunnen behalen op een door de FCI-erkende hondententoonstelling binnen zijn eerste drie levensjaren.

Rasstandaard

Vertaling door Dick Rutten

FCI - Standaard Nr.148 / 9.05.2001 / D
DASHOND
Oorsprong: Duitsland
Datum van publicatie van de geldige originele standaard: 13 - 3 - 2001
Gebruik: Jachthond voor boven en onder de grond
Klasse indeling FCI: Groep 4, Dashonden met werkproef.

Kort geschiedkundig overzicht.
De Dashond, ook wel Dackel of Teckel genoemd, is bekend sinds de middeleeuwen. Uit brakken werden lopende honden gefokt die speciaal voor de jacht onder de grond geschikt waren. Uit deze kortbenige honden, werd de Teckel gekristalliseerd, die bekend staat als een der meest veelzijdige jacht- gebruikshonden- rassen. Hij laat uitstekende prestaties zien bovengronds bij het luid op spoor jagen, het opstoten van het wild en het zweetwerk.

De oudste rasvereniging voor Teckels is de Duitse Teckelclub, erkent en opgericht 1888.

De Dashond wordt sinds vele decennia gefokt in 3 verschillende groottes ( dashond, dwergdashond en kaninchendashond en in 3 verschillende haar variëteiten ( korthaar, ruwhaar en langhaar).

Algemene verschijningsvorm:
Lage, kortbenige, lang gestrekte, maar compacte gestalte, zeer gespierd, met driest uitdagende hoofdhouding en attente gezichtsuitdrukking. Geslachtstypisch totaalbeeld. Ondanks de in verhouding tot het lange lichaam korte ledematen zeer beweeglijk en vlug.

Belangrijke proporties: Bij een bodemafstand van ongeveer eenderde van de schofthoogte, moet de lichaamslengte in harmonische verhouding staan tot de schofthoogte van ongeveer 1 op 1,7 tot 1,8.

Gedrag en karakter: Vriendelijk van aard, noch angstig, noch agressief, met een evenwichtig temperament.
Een gepassioneerde, vasthoudende, flinke jachthond met een fijne neus.

Hoofd: Langgestrekt, van boven en opzij gezien gelijkmatig tot de neusspiegel smaller wordend, echter niet puntig. Wenkbrauwbogen duidelijk uitkomend. Neuskraakbeen en neuspunt lang en smal.

Bovenschedel: Eerst vlak, geleidelijk met slechts weinig aangeduide stop verlopend naar de licht gewelfde neusrug.

Stop: Alleen aangeduid.

Aangezicht schedel: Neusspiegel goed ontwikkelt.

De vang: Lang, voldoende breed en sterk. Ver te openen, tot ter hoogte van de ogen gespleten.

Lippen: De lippen zijn strak gespannen, de onderkaak goed bedekkend.

Kaken/gebit: Sterk ontwikkelde boven en onderkaak. Schaargebit, gelijkmatig en goed sluitend. Ideaal is een compleet gebit met 42 tanden, overeenkomstig de tand formule met krachtige, juist in elkaar grijpende hoektanden.

Ogen: Middelgroot, ovaal, goed uit elkaar liggend, met heldere, energieke en toch vriendelijke uitdrukking, niet stekend. Kleur glanzend donkerroodbruin tot zwartbruin, bij alle haarkleuren van de hond. Glas -, vis -, of parelogen bij gevlekte honden zijn niet gewenst, echter wel te tolereren.

Behang: Hoog, niet te ver naar voren aangezet, voldoende maar niet overdreven lang, afgerond, niet smal, puntig of geplooid. Beweeglijk, met de voorste rand dicht tegen de wang aanliggend.

Hals: Voldoende lang, gespierd, strak aanliggende keelhuid; licht gewelfde nek, vrij en hoog gedragen.

Lichaam.

Bovenbelijning: Harmonisch verlopend van de hals naar het licht afvallende kruis.

Schoft: Uitgesproken.

Rug: Na de hoge schoft is het verloop van de verdere borstwervels recht of met een lichte welving naar achter verlopend. Sterk en goed gespierd

Lendenen: Krachtig gespierd voldoende lang.

Kruis: Breed en voldoende lang. Licht afvallend.

Borst: Borstbeen goed geprononceerd en zo sterk vooruitspringend, dat aan beide zijden kuiltjes zichtbaar zijn. De borstkas is van voren gezien ovaal, van boven en opzij gezien, zeer ruim. Ze biedt aan hart en longen ruimte voor ontplooiing, ver naar achteren opgeribt. Bij een goede lengte en hoekingen van het schouderblad en de opperarm, bedekt de voorpoot van opzij gezien het diepste punt van de borst.

Onderbelijning en buik: Licht opgetrokken.

Staart: Niet te hoog aangezet, in het verlengde van de ruglijn gedragen. In het laatste derde deel van de staart is een lichte kromming toegestaan.

Ledematen.

Voorhand:
Algemeen:
Sterk gespierd, goed gehoekt, van voren gezien droge, rechte voorbenen met goed sterk bot en recht naar voren gerichte voeten.

Schouders: Zichtbaar gespierd. Lang, schuin liggend schouderblad, vast tegen de borstkas aanliggend.

Opperarm: Van gelijke lengte als het schouderblad, nagenoeg in een rechte hoek hiermee staand, sterk van bot en goed gespierd, tegen de ribben aanliggend, maar vrij in beweging.

Ellebogen: Niet naar binnen noch naar buiten draaiend.

Onderarm: Kort, echter wel zo lang dat de bodemafstand van de hond zowat eenderde van de schofthoogte bedraagt. Zo recht mogelijk.

Voorvoetwortelgewrichten: De voorvoetwortelgewrichten staan wat dichter bij elkaar dan de schoudergewrichten.

Voor- middenvoet: De voor middenvoet mag, van opzij gezien niet steil, noch opvallend naar voren gericht zijn.

Voorvoeten: Goed tegen elkaar liggende tenen, goed gewelfd, met krachtige eeltkussens en korte, sterke nagels. De vijfde teen heeft geen functie maar hoeft niet te worden verwijderd.

Achterhand.
Algemeen: Sterk gespierd, in goede verhouding met de voorhand. Knie en sprong gewrichten sterk gehoekt, achterbenen parallel, niet nauw, noch wijd uit elkaar staand.

Bovenbeen: Moet van goede lengte en sterk gespierd zijn.

Kniegewricht: Breed en sterk met uitgesproken hoekingen.

Onderbeen: Kort, bij benadering een rechte hoek vormend met het bovenbeen, goed gespierd.

Spronggewricht: Krachtig gespierd en droog.

Achter-middenvoet: Relatief lang, beweeglijk ten opzichte van het onderbeen, licht naar voren gebogen.

Achtervoeten: Vier strak tegen elkaar liggende tenen, goed gewelfd. Vol op de krachtige zolen rustend.

Gangwerk. De beweging moet ruim uitgrijpend, vloeiend en energiek zijn, met ruime, dicht bij de bodem liggende passen, krachtige stuwing en een licht veerkrachtige overbrenging naar de ruglijn. De staart moet daarbij in harmonische 4 verlenging van de ruglijn, licht afvallend, gedragen worden. In actie zijn voor en achterhand parallel uitgrijpend.

Huid: Strak aanliggend.

Kortharige Dashond.

Haar: Kort, dicht en glanzend, glad aanliggend, vast en hard, nergens onbehaarde plekken tonend.
Staart: Fijn en vol, maar niet rijkelijk behaard. Wat langere haren (grannen) aan de onderzijde van de staart is niet fout.
Kleur:
A: Eenkleurige: Rood, roodgeel, geel, alles met of zonder zwarte stichelung. Zuivere kleur gaat voor en rood moet boven roodgeel en geel worden gesteld. Ook sterk zwarte gestichelde honden horen hierbij en niet bij de anders gekleurde. Wit is niet gewenst, maar een enkele vlek is niet uitsluitend. Neus en nagels zwart; rood-bruin is ook toegestaan, maar niet gewenst.
B:Tweekleurige: Diepzwart of bruin, ieder met roestbruine of gele aftekening (brand) boven de ogen, aan weerszijde van de mond, aan de onderlip, aan de binnenkant van het behang, aan de voorborst, aan de binnen en achterkant van de benen, aan de voeten, om de anus en van daar af tot eenderde of de helft van de onderkant van de staart. Neus en nagels bij zwarte honden zwart, bij bruine honden bruin. Wit is niet gewenst, maar een op zichzelf staande kleine vlek is niet diskwalificerend. Een te sterk verspreide brand is niet gewenst.
C: Gevlekt getijgerde, gestroomde): De grondkleur is altijd de donkere kleur (zwart, rood of grijs). Gewenst zijn onregelmatige grijze maar ook beige vlekken (niet gewenst zijn grote platen). De donkere noch de lichte kleur mag overheersen. De kleur van gestroomde teckels is rood of geel met donkere stroming. Neus en nagels als bij een- en tweekleurige.

Ruwharige Dashond.

Haar: Met uitzondering van de vang, wenkbrauwen en oren, op het hele lichaam van onderwol voorzien, volkomen gelijkmatig aanliggend, dicht, draadachtig dekhaar. Aan de snuit toont zich een uitgesproken duidelijke baard. De wenkbrauwen zijn borstelig. De oren zijn korter behaard dan het lichaam, bijna glad.
De staart goed en gelijkmatig, strak aanliggend behaard.
Kleur: Overwegend licht tot donker wildzwijnkleurig alsook de kleur van droge bladeren. Verder geldt hetzelfde als voor de kleuren beschreven bij de korthaar a-c. 5

Langharige Dashond.

Haar: Het van onderwol voorziene, sluike, glanzende haar, aan het lichaam aanliggend, verlengd zich onder de hals en aan de onderzijde van het lichaam, hangt aan de oren over, toont aan de achterkant van de benen een duidelijk langere beharing (bevedering ), bereikt de grootste lengte aan de onderkant van de staart en vormt daar een complete vlag.
Kleur: Hierbij geldt hetzelfde zoals bij de Korthaar beschreven onder a) tot c).

Grootte en gewicht.
Standaard dashond: Borstomvang boven de 35 cm. Bovengrens gewicht ongeveer 9,0 kg.
Dwergdashond: Heeft een borstomvang van 30 tot 35 cm, op een leeftijd van tenminste 15 maanden gemeten.
Kaninchendashond: Heeft een borstomvang tot 30 cm, op een leeftijd van tenminste 15 maanden gemeten.

Fouten: Alle afwijkingen van boven genoemde punten moeten als fout aangerekend worden, de kwalificatie moet in verhouding staan met de graad van de afwijking.
De M3 (Molaren 3) worden bij het keuren buiten beschouwing gelaten.
Het ontbreken van twee PM1 (Premolaren 1) is niet als fout te waarderen.
Het ontbreken van een PM2 is als fout te waarderen, als behalve de M3, geen andere tanden ontbreken, evenals een afwijking van een correct sluitend schaargebit zoals b.v. het tanggebit.

Zware fouten.

  • Zwakke, hoogbenige of over de grond slepende gestalte.
  • Andere gebitsfouten als onder fouten respectievelijk, uitsluitende fouten, beschreven.
  • Glasogen bij andere dan gevlekte honden.
  • Puntige, erg gevouwen oren.
  • In de schouders hangend lichaam.
  • Zadelrug, karperrug.
  • Zwakke lendenpartij.
  • Overbouwd zijn ( het kruis is hoger dan de schoft).
  • Te zwakke borstkas.
  • Windhondachtige opgetrokken flanken.
  • Slecht gehoekte voor af achterhand.
  • Smalle, slecht bespierde achterhand.
  • Koehakkig af 0 benig.
  • Binnenwaarts of te ver naar buiten gedraaide voeten.
  • Spreid tenen.
  • Moeilijke, onbeholpen, schommelende gang.

Fouten beharing.
Korthaar- dashond:

  • Te fijne, dunne beharing, kale plekken op de oren (leder oren), of andere kale plekken.
  • Te grof en al te rijkelijke beharing.
  • Borstelige staart.
  • Gedeeltelijke af geheel onbehaarde staart.

Ruwhaar – dashond:

  • Te zacht haar, te kort af te lang.
  • Lang haar, naar alle kanten van het lichaam uitstaand.
  • Krullend of golvend haar.
  • Zacht haar aan het hoofd.
  • Staart met vlag.
  • Het missen van baard.
  • Het missen van onderwol.
  • Kortharigheid.

Langhaar - dashond.

  • Aan heel het lichaam gelijkmatig lange beharing.
  • Te sterk gegolfd of ruwhaar.
  • Het missen van vlag aan de staart.
  • Het missen va
  • overhangend haar aan de oren.
  • Kortharigheid.
  • Een sterke scheiding van het haar op de rug.
  • Te langhaar tussen de tenen.

Uitsluitende fouten.

  • Angstige of agressieve dieren.
  • Ondervoor en bovenoverbijters, kruisgebit.
  • Verkeerde stand van de hoektanden in de onderkaak.
  • Ontbreken van een of meerdere Canini of van een of meerdere Incisivi.
  • Ontbreken van meer tanden (Premolaar of Molar).

Uitzondering: De onder fouten genoemde twee PM1, een PM2 zonder M3 in aanmerking te nemen.

  • Afgezet borstbeen.
  • Alle staartfouten.
  • Zeer losse schouders.
  • Knikken in front (voorvoetwortel-gewrichten).
  • Zwarte kleur zonder brand; witte kleur met of zonder brand.
  • Andere kleuren dan onder kleuren genoemd.

N.B.: Reuen moeten twee duidelijk normaal ontwikkelde teelballen tonen, die compleet in het scrotum zijn ingedaald.
Bron: De Nederlandse Teckelclub

Rasbeschrijving

Teckels hebben de naam zeer schrander en eigenzinnig te zijn. Welnu, dat klopt!

Ze zijn slim en vindingrijk en zeer aanhankelijk jegens de baas. Ze zijn buitengewoon waaks en hebben een moedig en nieuwsgierig karakter. In tegenstelling tot veel andere hondenrassen zoeken teckels heel bewust oogcontact. Zij lezen als het ware wat er in hun mensen omgaat, waardoor een bijzondere binding ontstaat. Teckels kunnen om hun zin door te drijven geweldig komedie spelen. Zij hebben een groot gevoel voor humor en stellen het op prijs de lachers op hun hand te hebben. Maar ze kunnen ook snel beledigd zijn en dan kan het lang duren vooraleer de baas weer in genade aangenomen wordt.

Van nature laat de teckel zich graag gelden en men moet er dus alert op zijn de baas te blijven. Geef een teckel een vinger en hij neemt de hele hand.
Daarom mag u geen slaafse gehoorzaamheid van dit ras verwachten, want de teckel zal tot zijn laatste levensdag blijven proberen het laatste woord te hebben. U kunt hem echter wel degelijk onder appèl krijgen, het duurt alleen iets langer en u zult wat meer geduld moeten hebben dan bij andere rassen het geval is.

Teckels zijn jachthonden met een dikwijls felle jachtpassie en dat is tevens de oorzaak van het eigenzinnige karaktertrekje dat in iedere teckel huist.

Al vele honderden jaren lang werden teckels gebruikt voor de jacht op vossen en dassen (vandaar de ietwat ouderwetse benaming Dashond)!

De hond werd daartoe in de vossenburcht gezet en moest op eigen initiatief het karwei klaren. Daar is een flinke portie moed, doorzettingsvermogen en slimheid voor nodig. Deze eigenschappen zijn door de eeuwen heen in het ras doorgefokt, vandaar dat de zelfstandigheid en eigen inbreng van de teckel zo dikwijls voor "eigenwijs" wordt aangezien. Ook heden ten dage wordt er nog steeds met teckels gejaagd, zowel op ondergronds als bovengronds wild. U begrijpt daar wel uit dat u geen troetelig dameshondje in huis haalt, maar een sterke gespierde hond met een enorm uithoudingsvermogen en een markant karakter. Het jachtinstinct wil nog wel eens moeilijkheden opleveren, waardoor men de hond met veel jachtpassie niet of nauwelijks los kan laten lopen in het vrije veld. Doet men dit wel, dan gebeurt het meer dan eens dat de teckel verdwijnt en zich urenlang niet laat zien. U zult in zo'n geval moeten blijven wachten tot het de teckel belieft terug te komen. Straffen heeft weinig zin, want de volgende keer is de jachtpassie weer sterker dan uw straf of boze woorden. Aangelijnd houden is de boodschap!

Teckels kunnen heel oud worden, maar het is algemeen bekend dat de lange rug van deze honden hun kwetsbare punt is. Laat ze niet hoog springen en geen trappen lopen; zorg er vooral voor dat uw hond niet te dik wordt, daar de rug van een slanke hond minder zwaar belast wordt dan van een dikke. Dat kan moeilijkheden opleveren, daar de teckel zoals iedere werkhond een onverzadigbare eetlust heeft. U zult moeten leren daar niet aan toe te geven.

Wegens de kwetsbare rug is het beter de pup uit de handen van heel jonge kinderen te houden, daar deze nogal eens de neiging hebben om met het kleine hondje te slepen en te sjouwen, waardoor schade aan de wervelkolom kan ontstaan (maar in wezen geldt dit voor ieder hondenras!).

Teckels kunnen uitstekend met hun soortgenoten overweg. Andersoortige huishonden en katten worden wel geaccepteerd, maar dit gaat beter als zij er van jongs af aan mee opgroeien. Knaagdieren en vogels zult u achter tralies moeten houden, daar ze op het jachtinstinct van de teckel werken. Natuurlijk bevestigt de uitzondering de regel, wij spreken hier in het algemeen.

Teckels worden gefokt in drie verschillende maten en haarvariëteiten, waardoor er in totaal 9 soorten bestaan.
De grootste is de Standaard teckel, die een borstomvang heeft vanaf 35 cm. tot een niet nader vastgelegde maat. Het gewicht kan variëren tussen 9 à 10 kilo.
Het middelste type is de Dwergteckel, die een borstomvang heeft van 30 tot 35 cm, waarbij het gewicht varieert tussen de 5 en 7 kilo.
Tenslotte is er het kleinste slag en dat is de zgn. Kaninchenteckel, die een borstomvang heeft tot 30 cm en een gewicht dat schommelt tussen de 4 en 5 kilo.

Bron: De Nederlandse Teckelclub

Vachtverzorging

De vacht van een hond is de spiegel van zijn gezondheid. Is uw teckel gezond, dan toont dit zich in een mooie, glanzende vacht. Zit een hond niet lekker in zijn vel, dat toont zich vaak in een doffe vacht, niet zelden gepaard met huidschilfers.

De huid van de hond heeft een ander functie dan bij de mens. Bij ons speelt de huid bijvoorbeeld een belangrijke rol in het reguleren van de lichaamswarmte. Bij honden is dat niet zo. Transpireren doet een hond via zweetklieren tussen de voetzooltjes en probeert zijn lichaamswarmte kwijt te raken door de keel en neus. Overmatig hijgen is dan het gevolg. Daarnaast beschermt de vacht het lichaam enigszins tegen afwijkende buitentemperaturen. Vachtverzorging is dus erg belangrijk en nodig voor zowel kortharige als langharige honden.

Borstelen heeft verschillende functies. Het voorkomt niet alleen klitvorming of pakt de verharing aan, maar masseert tevens de huid, verwijdert vuil, huidschilfers en verdeelt het talg over de huid. Door de huidmassage wordt de door doorbloeding bevordert, waardoor de talgafscheiding, de haargroei en het schoonhouden van de vacht weer bevordert.

Verharing: rui en overmatig verharen

De meeste honden verharen alleen overmatig in de ruiperiode. Tijdens deze periode schakelt de vacht over van een wintervacht naar een zomervacht en andersom. Tijdelijk meer borstelen is dan nodig om de hond van het overmatig verharen te helpen en zorgt ervoor dat u ook zo snel mogelijk van het haar in huis af bent.

Sommige honden haren echter het hele jaar door overmatig. Hier is het normale ritme van de rui verstoord. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld voeding. Maar vlak ook de invloed van de centrale verwarming niet uit. Sommige teckels zijn echte koukleumen en gaan uit zichzelf voor de verwarming zitten of hebben een meelevend baasje dat hun mandje ervoor plaatst. Buiten is het koud, dus behoort de hond in zijn wintervacht te zitten. Binnen zit hij echter het grootste deel van de dag voor de verwarming of in een verwarmde woonkamer. De vacht raakt uit balans en ‘denkt’ te moeten overschakelen op de zomervacht door de warmte.

Daarnaast is er ook nog het effect van overborstelen dat kan leiden tot overmatig verharen. Vaak krijg ik van baasjes te horen:”Hij haart zó en ik borstel hem elke dag!” Daar zit ‘m dus de kneep. Men borstelt structureel te veel, te hard en te lang. Te veel en met te hard materiaal borstelen heeft tot gevolg dat er niet alleen dood haar weggehaald wordt, maar ook het levende haar. De huid reageert hierop door nieuw haar aan te maken. Steeds opnieuw. Dit staat ook wel bekend als het ‘overborstelingseffect’. Om het tij hiervan te keren, moet u dus niet méér, maar minder gaan borstelen. De interval tussen twee borstelbeurten moet terug naar twee weken, het liefst met een zachte, rubberen of haren borstel. De huid komt hierdoor tot rust en zorgt ervoor dat het natuurlijke ritme herstelt. Het kan echter wel een half jaar duren tot dit zich volledig heeft hersteld.

Wanneer de vacht in de ruiperiode zit, kunt u de vacht een handje helpen door uw teckel in bad te doen. U sopt uw hond met veel shampoo in en laat deze enkele minuten intrekken. Hierdoor weken de (bijna) dode haren extra los. Voor de langharen kunt u door de shampoo nog een dot crèmespoeling of conditioner toevoegen. Voordat u nu de hond uit gaat spoelen, borstelt u de hond goed door. Op deze manier harkt u de loszittende haren uit de vacht. Daarna spoelt u het haar goed uit. De temperatuur moet zo heet mogelijk zijn als de hond kan verdragen. Bij voorkeur daarna de vacht droog föhnen en tijdens het föhnen goed doorborstelen. Na ongeveer twee weken herhaalt u dit proces. In de tussentijd borstelt u uitsluitend met een zachte, rubberen of haren borstel. Dit om het overborstelen te voorkomen. Uiteraard kunt u hiervoor ook bij een gespecialiseerde trimsalon terecht.

De dashond of teckel komt voor in drie verschillende vachtsoorten: • Kort- of gladhaar • Langhaar • Ruwhaar

Ik zal hieronder de verschillende vachtsoorten apart behandelen, daar zij ook ieder een aparte behandeling vereisen.

Korthaar
Doorgaans verhaart de kortharige vacht tweemaal per jaar. Deze ruiperiode doet zich voor in de lente en de herfst en duurt ongeveer drie weken. Weersomstandigheden en temperatuursschommelingen hebben een grote invloed hierop. Buiten de ruiperiode is het zaak om uw teckel dus zo weinig mogelijk te borstelen. Hoogstens eens per twee weken met een rubberen borstel. Eventueel met een vochtig doekje losgekomen haren en huidschilfers afnemen. Voor wassen geldt hetzelfde, zo min mogelijk. Gelukkig wordt een korthaar niet gauw dóór en dóór vuil, maar heeft hij eens lekker door de paardenpoep gerold of door een modderplas gebaggerd, dan kan een wasbeurt echt geen kwaad.

Langhaar
De langhaar teckel heeft een vacht uit twee delen; ondervacht en dekhaar. Het lange haar is eenvoudig te borstelen met een groffe kam of desnoods met een niet te harde kromme pennenborstel of een slickerborstel. Begin bij de achterpoten en werk zo steeds verder naar boven en naar voren. Langharige vachten dienen laagje voor laagje te worden geborsteld. Wij mensen kammen gewoon bovenop, maar bij deze vachten is het zaak om het haar op te tillen en zo telkens er een laagje bij te pakken. Hiermee weet je zeker dat je borstel alle laagjes bereikt, voorkom je doorgaans klitvorming. Het gebruik van een fijne kam ná de borstelbeurt is geen overbodige luxe. Hiermee controleer je op onopgemerkte klitten. Glijdt de kam makkelijk door de vacht, dan is hij klitvrij. Tevens verwijder je ook hiermee eventueel loszittende onderwol. De frequente van het borstelen moet niet vaker dan eens per week plaatsvinden. Klitten ontstaan vaak achter en onder oren, in de liezen en oksels, in de broek, op de buik, tussen de tenen en aan de binnenkant van de benen.
Sommige haren worden pluizig of dof. Deze dode haren kunnen gemakkelijk weggeplukt worden. Dit doet niet zeer, maar voorzichtigheid is hierbij wel geboden. Voor langharige vachten die snel klitten is een shampoo met conditioner of een ontklitmiddel aan te raden.

Ruwhaar
Ook de ruwharige vacht bestaat uit twee delen; de zachte onderwol en de ruwe bovenvacht. De ruwe bovenvacht dient minstens één tot twee keer per jaar met de hand uitgeplukt worden, een tot twee keer vaker is ook mogelijk als u liever niet wil dat uw teckel in zijn ‘ondergoed’ staat na het plukken. Dit is een arbeidsintensief werkje dat door een trimster in één tot twee uur zo gedaan is, maar voor een ander echt een heidens karwei kan zijn. Op zich heeft een teckel niet zo’n moeilijke plukvacht en is het trimschema ook niet erg moeilijk. Of u dit nu zelf doet of dat u dit overlaat aan een professional, er is wel degelijk onderhoud nodig aan deze vacht. Evenals de langharige teckel dient deze vacht geborsteld te worden. Ook dit kan met een groffe kam.
Wees wel voorzichtig met het wassen van deze vacht en gebruik bij voorkeur een shampoo voor ruwharige vachten. Was ook minstens twee dagen vóór het plukken uw hond niet. Dit bemoeilijkt het plukken aanzienlijk, wat weer niet prettig is voor het lijdend voorwerp; de hond. Direct na het plukken ook alleen wassen met een geschikte shampoo voor plukhonden Tijdens het plukken ontstaan er miniscule wondjes. Als daar een verkeerde shampoo overheen gaat, kan het gaan ontsteken.

Voor elke hond en baas
Wen u zelf een vaste borstelroutine aan. Begin bijvoorbeeld bij de achterhand en werk zo naar voren. Zo slaat u geen plekjes over. Vergeet daarbij ook het haar tussen de tenen niet. Gebruik geschikt materiaal en vraag desnoods een professional om advies. Niet alle dierenspeciaalzaken hebben er kaas van gegeten, een gediplomeerd trimster heeft er een vakopleiding voor gevolgd. Zorg dat uw hond het verzorgen van zijn vacht prettig vindt. Het gezegde ‘jong geleerd, is oud gedaan’ is hierbij van toepassing. Geef hem vóór, tijdens en na het gefriemel wat lekkers, praat lief tegen hem en vergeet vooral niet te knuffelen.
Controleer van tijd tot tijd de gehoorgang en pluk eventuele haartjes ín de gehoorgang eruit. Haartjes tussen de voetzooltjes knip je weg. Controleer ook de nageltjes. Bij sommige honden kunnen deze erg lang worden en zelf krom gaan groeien. Je kunt de lengte controleren door het pootje naar achteren te buigen. De nageltjes lopen ongeveer gelijk aan het voetzooltje. Zijn ze echt veel langer, knip dan het teveel af. Vind je dit eng, laat dit dan door een trimster of dierenarts doen.

Tot slot
Een goede wasbeurt is soms geen overbodige luxe. Een teckel mag tenslotte graag overal doorheen sjouwen. Met een goede hondenshampoo kunt u uw hond zo vaak wassen als nodig is. Deze kunnen verdund worden met water en zijn daardoor ook nog eens zuinig in gebruik.
Een trimschema van de langhaar en de ruwhaar teckel voor de doe-het-zelvers onder ons, kunt u vinden op de site van de Nederlandse Teckelclub (NTC): http://www.teckelclub.nl
Scheer uw langharen en ruwharen (uiteraard geldt dit ook voor kortharen) vooral NIET. De vachtstructuur kan hier flinke schade door oplopen en er kan zelfs kleurverlies optreden. In het ergste geval kan een ruwhaar niet meer geplukt worden, nadat hij is geschoren. Voor meer informatie over het trimmen van uw teckel kunt u kijken op http://www.doggystylehardenberg.nl of telefonisch contact met ons opnemen.